We hebben al een podcast aflevering (S1E26) over composteren gemaakt maar het lijkt me wel handig als er wat informatie gebundeld over dit onderwerp op de blog staat.

Laat ik met het meest belangrijke gedeelte beginnen. Er gaan namelijk twee hoofdbestanddelen in de composthoop en de verhouding hiertussen is belangrijk.

Koolstof

Koolstofrijk materiaal zoals takjes, stelen van groente, gedroogde bladeren, houtsnippers, zaagsel, maisstengels, karton, koffiefilters en koffiedrab, eierschalen en stro zorgen voor structuur en dus lucht in de composthoop. Zoals je ziet zijn bijna al deze materialen bruin van kleur. Daarom noemen we dit dus ook de bruine materialen.

Stikstof

Stikstofrijk materiaal zoals dierlijke uitwerpselen, snij-afval uit de keuken, grasmaaisel, groene bladeren, moestuinafval en onkruid zorgen voor het rauwe materiaal waarin enzymen kunnen groeien die stoffen omzetten in de composthoop. De stikstofmaterialen zijn meestal groen van kleur en daarom noemen we deze dus de groene materialen.

Het lastige is alleen dat alle bovengenoemde materialen rijk zijn aan het een maar dat betekent niet dat ze het ander totaal niet bevatten. Alle organische materialen bevatten namelijk koolstof en stikstof. Alleen in verschillende verhoudingen.

Een goede composthoop bestaat in verhouding uit meer koolstof dan stikstof. Meestal wordt gezegd een 50/50 verhouding. Dit vertel ik zelf meestal ook omdat dit gewoon gemakkelijk te onthouden is en er op die manier weinig mis kan gaan door dingen te verwisselen. Maar wil je het echt goed doen, dan houd je een verhouding van 1/3 stikstof (groene materialen) en 2/3 koolstof (bruine materialen) aan. De bruine koolstofrijke delen zijn vaak groter en zorgen op die manier voor meer lucht in je composthoop. De organismen die in je composthoop aan het werk zijn hebben zuurstof nodig om te functioneren. Composteren gebeurd namelijk aeroob (met zuurstof). In een Bokashi emmer ben je bijvoorbeeld aan het fermenteren, dit gebeurd anaeroob (zonder zuurstof)

Wanneer je dus te veel groene stikstof rijke delen toevoegt kan er minder lucht in je composthoop. Zo gaat je hoop over van aeroob naar gedeeltelijk anaeroob wat vieze luchtjes met zich mee kan brengen. Als je dus groen (stikstofrijk materiaal) toevoegt aan je hoop, kun je dit het beste meteen afdekken met een laag bruin (koolstofrijk materiaal). Zo ontwikkelt het groene materiaal geen vieze luchtjes.

Twijfel je over de samenstelling van je composthoop of ruik je vieze luchtjes, voeg bruin, koolstofrijk materiaal toe. Het koolstofrijke materiaal is als een soort luier die alle nare geurtjes in zich opneemt. Een goede composthoop mag dus niet stinken maar moet eigenlijk lekker ruiken. Het eindproduct moet ruiken naar een heerlijke bosgrond.

Wanneer je nu de perfecte verhoudingen aan koolstof en stikstof in je composthoop hebt weten te krijgen is er nog een onderdeel wat invloed kan hebben op je composteringsproces, namelijk water. De organismen in de hoop hebben vocht nodig om hun werk te kunnen doen. Je hoop moet dus altijd vochtig blijven maar mag nooit drijfnat zijn. Te veel water zal er namelijk net als te veel stikstof voor zorgen dat er geen of weinig zuurstof meer in je hoop aanwezig is wat ook weer zorgt voor een anaerobe vertering en dus stinkende geuren. Net als met het overschot aan stikstof kan het toevoegen van koolstofrijk materiaal het overschot aan water redelijk compenseren.

Stinkt je hoop dus of denk je dat er iets mis is? Ga dan je hoop eens omzetten om te kijken wat er gebeurd in die berg. Je hoop omzetten doe je bijvoorbeeld met een riek of hooivork. Je schept de gehele hoop van de ene naar de anderen plek en bekijkt elke schep kritisch. Is het heel nat, is het heel groen en kleverig, of ziet het er eigenlijk wel goed uit. Wanneer je een van de eerste twee ziet tijdens het omzetten kun je bij elke schep al wat koolstofrijk bruin materiaal toevoegen. Door het omzetten voeg je al zuurstof toe aan de hoop en met het bruin materiaal neem je ook nog eens wat extra vocht op. Zo gaat je composthoop weer helemaal doen wat je bedacht had.

Composteren kan je eigenlijk zo moeilijk maken als je zelf wilt. Er zijn wetenschappers dagelijks bezig met het in kaart brengen van compostering processen en welke stoffen er allemaal vrij komen. Maar uiteindelijk hoeft het natuurlijk allemaal niet zo ingewikkeld te zijn.

Verzamel al je tuinafval. Kijk in de bijgevoegde tabel welke dingen koolstof en stikstofrijk zijn en probeer hier een goede lasagne van groene en bruine laagjes van te maken. Laat dit een tijdje liggen en wanneer je zin hebt zet je hem eens om. Wanneer je er geen zin in hebt doe je dit niet en kijk je na een jaar eens hoe het onderste gedeelte van je hoop er uit ziet. Het zal je verbazen hoe makkelijk het eigenlijk is om compost te maken. Wanneer je er weinig aan doet zal het allemaal redelijk lang duren maar je compost kwaliteit zal er heus niet minder om zijn.

Materiaal Gehalte koolstof/stikstof Koolstof/stikstof verhouding Informatie
Houtsnippers Koolstof 400:1 Heel hoog koolstofgehalte (niet te veel toevoegen, verteren langzaam
Stro of hooi Koolstof 75:1 Stro is het beste, hooi kan veel zaad bevatten (alleen warm composteren)
Snoei afval Koolstof 50:1 Snoei afval kan er lang over doen om te verteren als het heel dik is
Karton Koolstof 350:1 Het liefst zonder inkt
Zaagsel Koolstof 325:1 Veel koolstof, goed verdelen
Bladeren Koolstof 60:1 Bladeren versnipperen verteerd ze sneller
Onkruid Stikstof 30:1 Geen onkruid zaad (of warm composteren)
Smeerwortel bladeren Stikstof 25:1 Goede compost activator
Gras maaisel Stikstof 20:1 Dunne lagen anders word het een kleverige mat
Fruit Stikstof 35:1 Veel stikstof maar ook vocht, veel koolstof toevoegen
Groente Stikstof 25:1 Dikke stengels als van kool in kleine stukjes knippen
Bloemen Stikstof 30:1 Lange stelen in stukjes knippen
Eierschalen Neutraal Fijn malen
Mais stengels Koolstof 75:1 In kleine stukjes knippen
Coffe drab Stikstof 20:1 Ook de koffiefilter mag er bij
Kippen uitwerpselen Stikstof 15:1 Goede compost activator